oorkaarsen

 

In Nederland is het gebruik van oorkaarsen nog niet zo lang bekend. De oorsprong van het gebruik van oorkaarsen ligt bij de Hopi indianen. De oorkaars zag er toen natuurlijk heel anders uit als tegenwoordig. De indianen gebruiken een rietstengel die werd overgoten met bijenwas, hierna staken ze de stengel aan. Als je de oorkaars op de gehoorgang plaatst zal de warmte van de brandende oorkaars en de lichte trilling van de lucht binnenin de oorkaars zorgen voor een betere doorbloeding en een weldadig effect op het gebied van het oor, de neus en de keel. Belangrijk is om te zeggen dat het hele proces een heel ontspannende ervaring is, waardoor ook stress kan worden afgebouwd.

Het woord ‘oorkaars’ is wat misleidend, omdat het hier niet gaat om een traditionele kaars. De oorkaars is namelijk hol, hij heeft geen pit en hij wordt gemaakt van katoendoek, gedrenkt in een mengsel van bijenwas en aardwas (ozokeriet). De effecten van deze oorkaars kunnen nog worden versterkt door gebruikmaking van essentiële oliën. In zo’n geval is het oppervlak aan de binnenkant van de kaars gedrenkt in een mengsel van deze olie, of ze worden meteen door het wasmengsel gedaan.